Opstaan
Het is vandaag woensdag. Woensdag 22 januari. De week is weer in tweeën. Aan de andere kant is het ook een bijzondere dag. Want vandaag staan 'we' op tegen kanker. Misschien lang niet iedereen zal zijn of haar aandacht eraan schenken terwijl het zo belangrijk is...
In 2008 was deze ziekte voor het eerst de nummer 1 doodsoorzaak in Nederland. Per jaar weten er 38.000 mensen de strijd tegen deze slopende ziekte niet te winnen. Mijn moeder is één van die mensen geweest, stomtoevallig precies in het jaar dat het de meest voorkomende doodsoorzaak is. Na een ziekbed van meer dan een jaar is ze op 18 december 2008 overleden aan borstkanker. Je hebt de wedstrijd verloren, de scheidsrechter heeft voor het eindsignaal gefloten, en je hebt niet gescoord. Het gevoel dat je hebt als je je moeder ziet aftakelen is onbeschrijflijk. Het is zo 360 graden anders. Naar het ziekenhuis voor chemokuren, je bent de hele dag bezig om het je moeder zo makkelijk mogelijk te maken. Je moet er zijn, je moet er staan. Alles thuis stond in het teken van kanker.
Naar mijn idee hebben mijn vader en ik gedaan wat we konden doen. We hebben niet meer kunnen doen dan in onze macht lag. Echt guitig in het vertellen erover ben ik nooit echt geweest. Bang om zielig gevonden te worden. Of gewoon zo 'normaal' mogelijk te zijn ten overstaan van nieuwe mensen die je leert kennen. Je zegt het niet eventjes, dat je geen moeder meer hebt.
Mensen die schelden met het woord snap ik niet helemaal. Hebben mensen in hun omgeving iets meegemaakt met de ziekte, zijn die mensen een opa of oma verloren, of is het gewoon om stoer te doen? Ik kan m'n vinger er niet zo goed op leggen. Of heb je 't één keer gebruikt, en is het nu opgenomen in je scheldvocabulaire? Wat ik wel weet is dat het heel kwetsend is. Ten eerste al voor degene die je uitscheld en het is ook kwetsend voor de buitenstaanders die geconfronteerd worden met directe of indirecte ervaringen.
Het sterftecijfer (38.000 per jaar) moet omlaag. Het is belangrijk dat het omlaag gaat. Sterker nog, dat er nooit weer iemand zal zijn die door deze ziekte komt te overlijden. Sinds 2009 ben ik lid van KWF Kankerbestrijding. Om onderzoek naar nieuwe geneeswijzen te steunen. Zodat de mensen die nu de diagnose kanker krijgen niet hun naasten hoeven te verliezen. Want dat is het ergste wat je kan overkomen.
Ik sta op tegen kanker. Voor mijn moeder, en voor iedereen die ook maar iets te maken heeft of te maken heeft gehad met deze slopende ziekte.
In 2008 was deze ziekte voor het eerst de nummer 1 doodsoorzaak in Nederland. Per jaar weten er 38.000 mensen de strijd tegen deze slopende ziekte niet te winnen. Mijn moeder is één van die mensen geweest, stomtoevallig precies in het jaar dat het de meest voorkomende doodsoorzaak is. Na een ziekbed van meer dan een jaar is ze op 18 december 2008 overleden aan borstkanker. Je hebt de wedstrijd verloren, de scheidsrechter heeft voor het eindsignaal gefloten, en je hebt niet gescoord. Het gevoel dat je hebt als je je moeder ziet aftakelen is onbeschrijflijk. Het is zo 360 graden anders. Naar het ziekenhuis voor chemokuren, je bent de hele dag bezig om het je moeder zo makkelijk mogelijk te maken. Je moet er zijn, je moet er staan. Alles thuis stond in het teken van kanker.
Naar mijn idee hebben mijn vader en ik gedaan wat we konden doen. We hebben niet meer kunnen doen dan in onze macht lag. Echt guitig in het vertellen erover ben ik nooit echt geweest. Bang om zielig gevonden te worden. Of gewoon zo 'normaal' mogelijk te zijn ten overstaan van nieuwe mensen die je leert kennen. Je zegt het niet eventjes, dat je geen moeder meer hebt.
Mensen die schelden met het woord snap ik niet helemaal. Hebben mensen in hun omgeving iets meegemaakt met de ziekte, zijn die mensen een opa of oma verloren, of is het gewoon om stoer te doen? Ik kan m'n vinger er niet zo goed op leggen. Of heb je 't één keer gebruikt, en is het nu opgenomen in je scheldvocabulaire? Wat ik wel weet is dat het heel kwetsend is. Ten eerste al voor degene die je uitscheld en het is ook kwetsend voor de buitenstaanders die geconfronteerd worden met directe of indirecte ervaringen.
Het sterftecijfer (38.000 per jaar) moet omlaag. Het is belangrijk dat het omlaag gaat. Sterker nog, dat er nooit weer iemand zal zijn die door deze ziekte komt te overlijden. Sinds 2009 ben ik lid van KWF Kankerbestrijding. Om onderzoek naar nieuwe geneeswijzen te steunen. Zodat de mensen die nu de diagnose kanker krijgen niet hun naasten hoeven te verliezen. Want dat is het ergste wat je kan overkomen.
Ik sta op tegen kanker. Voor mijn moeder, en voor iedereen die ook maar iets te maken heeft of te maken heeft gehad met deze slopende ziekte.